Overleven in de winter
Uit: Gered door de honden van Hans Kuyper
Ga nooit alleen op pad! Het beste is om minimaal met z’n drieën te gaan. Als er dan met iemand iets gebeurt, kan de tweede hulp gaan halen terwijl de derde bij het slachtoffer blijft. Neem een kaart mee en een kompas, een stuk stevig touw, een mes, en lucifers in een plastic zakje tegen het nat worden.
Kleding
Zorg dat je altijd goed gekleed bent, ook al ga je alleen wat brandhout halen – je weet maar nooit wat er gebeurt.
1. Speciaal poolondergoed
2. Minstens drie T-shirts eroverheen (dat is warmer dan één dikke trui)
3. Waterdichte, stevige schoenen
4. Muts op! De meeste warmte verlies je via je kruin.
5. Handschoenen: pure noodzaak
6. Stop van die handige zakjes in je zakken die warm worden als je ermee schudt.
De weg vinden
Zorg ervoor dat je weet welke kant je uitgaat als je vertrekt, dan weet je ook hoe je terug moet komen. De zon schijnt maar kort in de winter. Zie je hem toch, dan kun je makkelijk het zuiden vinden: daar staat de zon op het midden van de dag.
Eten en drinken
Neem altijd zelf iets mee want het is bijna onmogelijk om in de sneeuw iets eetbaars te vinden. Dieren zijn meestal behendiger dan jij. De meeste bessen in de winter zijn giftig. Wat neem je mee: mueslirepen (klein, licht, geven veel energie), suikerklontjes.
Wilde dieren
Wilde dieren zijn banger voor jou dan jij voor hen. Kom niet dichterbij en val niet aan. Meestal zal het dier vanzelf vertrekken.
Word je aangevallen door wolven klim dan in een boom. Beren en katachtigen klimmen echter heel goed. Is het dier heel dichtbij, probeer hard op de neus te slaan. Als het dier niet op de vlucht slaat, heeft het in elk geval zoveel pijn dat het een tijdje uitgeschakeld is. Gebruik die tijd om te vluchten.
Anders dan je in films soms ziet, is het ontzettend moeilijk een dier met een mes te doden. Probeer het dus niet, het is verspilde, kostbare moeite!