Philip Hopman

Philip Hopman

In Egmond ben ik tussen de bollen geboren in 1961. Mijn vader kweekte tulpen, die namen droegen als Apricot Perrot, Arabian Mystery en Lustige Witwe. Net als mijn opa en ook al mijn ooms was ik voorbestemd om bollenboer te worden.

In de zomervakantie hielp ik altijd op het bedrijf van mijn ouders. Hoewel ik tulpen erg mooi vind, beviel het werk me maar matig. We woonden op een steenworp afstand van het strand, maar ik zat wekenlang in de schuur bollen te pellen. Zielig he… Op school zat ik altijd te tekenen, en mijn juffrouw Schoenmaker gaf mij altijd vreselijk op mijn donder als ik weer eens mijn rekenschrift had volgekladderd. Al kreeg ik wel een 10+ van haar voor een tekening.

Na de middelbare school in Bergen ging ik in 1980 naar de Rietveld Academie in Amsterdam. Eigenlijk wilde ik mode-ontwerper worden, maar al snel bleek dat ik beter overweg kon met een pen dan met een naaimachine. Ik stapte over naar de afdeling illustratie, waar ik les kreeg van onder andere Thé Tjong-Khing.

Toen ik klaar was met mijn studie, heb ik allerlei baantjes gehad: ober – het boek een ober van niks is uit het leven gegrepen – , cacaobonen-sjouwer, gids op een rondvaartboot, etc. Na een baantje bij een tekenfilmstudio, kreeg ik langzaamaan mijn eerste illustratie-opdrachten. Mijn eerste boekje heette Een reuze heksentoer. Dat was in 1988.
Nu heb ik al meer dan 150 boeken geïllustreerd.

Ik heb veel boeken geïllustreerd van Hans Hagen, bijvoorbeeld Jubelientje. Verder werk ik veel samen met Tjibbe Veldkamp, Nannie Kuiper en Wouter Klootwijk. Mijn prentenboek Temmer Tom kreeg een Vlag en Wimpel, en 22 Wezen een Zilveren Penseel. Naast boeken illustreren vind ik het ook leuk om vrij werk te maken en om wanden te beschilderen. In het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht heb ik een paar afdelingen volgeschilderd met gekke beesten. Maar meestal werk ik thuis op mijn werkkamer met de hond in de buurt.